Agenda

Geen geplande activiteiten.

Populair

Over de linkerzijde en de verkiezingen (voor de laatste keer!) PDF Print Email
Geschreven door SAP op maandag, 14 mei 2007

Met de SAP wilden we tijdens de verkiezingscampagne niet teveel kritiek leveren van op de zijlijn. Een stemoproep zonder illusies, en dan is het aan de deelnemende lijsten om er het beste van te maken. De vele positieve en negatieve reacties op onze stemoproep nopen ons nog een laatste keer onze inschatting van de situatie en onze opvatting van politiek bedrijven uit de doeken te doen.

CAP besloot op zijn conferentie van 3 februari om op zijn eentje naar de verkiezingen te trekken. De SAP had een aantal redenen om tot grote voorzichtigheid te manen, en koos er in volle unanimiteit voor zich niet mee te gooien in de rush naar een snelle verkiezingsdeelname met een beweging die nog in zijn kinderschoenen staat. Dat maakte het onvermijdelijk enige opheldering naar de buitenwereld te creëren over deze stap. We namen ons echter voor om ons tijdens de verkiezingscampagne te onthouden van teveel commentaar of kritiek, uit respect voor die mensen ter linkerzijde die er toch voor kozen zich in het verkiezingsgewoel te smijten.

Een hele reeks mensen contacteerde ons, om te zeggen dat ze ons standpunt en analyse delen, omdat ze vragen hadden over onze positie en inschatting van de situatie, of om hierop kritiek te leveren. Vandaar deze – laatste – uitleg over het standpunt van de SAP naar aanleiding van de verkiezingen en CAP. Vanaf dan is het: veel succes voor iedereen, op het electorale terrein en daarbuiten!

Ten gronde lijkt de snelle verkiezingsdeelname van CAP ons een staaltje van voluntarisme. CAP zat uiteraard in een moeilijke positie, een ‘catch 22’: enerzijds was de bestaansreden van CAP de deelname aan de verkiezingen, anderzijds was al snel duidelijk dat een echte succesvolle deelname er niet in zat (zeker nadat Jef Sleeckx had aangekondigd niet te zullen kandideren en de mogelijkheid van een alliantie met de PvdA afsprong). In die context is het natuurlijk eervol om toch voluntaristisch te kiezen voor verkiezingsdeelname. Maar of een eervolle keuze ook voldoende is om de linkerzijde echt vooruit te helpen?

Er is een voorgeschiedenis. CAP is niet de eerste poging om een ééngemaakte of nieuwe kracht op te bouwen die het vacuüm ter linkerzijde kan vullen. Het is misschien al de vierde of vijfde poging om in België tot een nieuw links alternatief te komen de laatste vijftien jaar. En het is allesbehalve de meest sterke, geloofwaardige poging daartoe, vergeleken met bijvoorbeeld Gauches Unies. Heel die geschiedenis van mislukkingen, ondanks een overdosis aan goede wil en voluntarisme, moet mee in rekening worden gebracht. Telkens werd gekozen voor een snelle verkiezingsdeelname, ontgoochelde het resultaat (hoewel Gauches Unies wel 1,7 % behaalde), vielen deze broze, embryonale initiatieven snel uiteen, en bleven tal van mensen sceptisch en gedemoraliseerd achter. Er ligt hier ook een verantwoordelijkheid bij de PvdA, die jarenlang elke vorm van samenwerking weigerde en er steevast alleen tegenaan ging – met steeds weer ontgoochelende resultaten. De zwakke verkiezingsscores van de linkerzijde leken in het collectieve bewustzijn een politiek feit te creëren: in België is er geen ruimte voor een links alternatief. Of dit klopt is uiteraard een andere vraag, maar het kwaad was wel geschied. Het staat immers zwart op wit in de verkiezingsresultaten ingeschreven.

De politiek heeft zijn eigen logica, zijn eigen tijd en ruimte. Het voluntarisme dat de protagonisten van CAP (met alle respect!) tentoon spreiden, lijkt ons hieraan voorbij te gaan. Vooreerst een kwestie van tijd: politiek speelt zich af binnen een combinatie van verschillende tijdsritmes, van de historische periode waarin we zitten, de concrete conjunctuur, en het nu-moment waarop geageerd moet worden.

Hoe de huidige periode en de conjunctuur karakteriseren? Hoe de noden van die periode in de concrete conjunctuur actualiseren? Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden? Dat zijn de strategische vragen die gesteld moeten worden, en waar we niet onderuit kunnen.

De verschillende ritmes van de politiek worden nogal eens verward. De periode die zich opende met de ‘neoliberalisering’ van de sociaal-democratie zette de opbouw van een nieuwe linkse, socialistische kracht met een nieuwe urgentie op de dagorde. Maar dat betekent niet dat het ordewoord voor een nieuwe partij op elk moment, binnen elke conjunctuur, pakt, een kritische massa van mensen in begeestering kan brengen.

Onze inschatting is dat deze verkiezingen slecht vallen voor een initiatief als CAP. Er was een zeker elan na het generatiepact. Vandaag is de politieke conjunctuur ons inziens voor een stuk terug omgeslagen. Zeker en vast, tijdens de verkiezingscampagne zal men een aantal mensen ontmoeten die nog steeds woest zijn om het generatiepact en daarom links zullen stemmen. Maar vandaag staat het gros van de syndicalisten die de kritiek op de sp.a opvoerden, niet klaar om naar iets nieuws over te gaan. En dat was nochtans de inzet van CAP! Er is ondertussen een hele tijd over gegaan, het IPA is gepasseerd zonder kleerscheuren, de sp.a doet zijn best om de gelederen te sluiten en zijn linkerflank af te dekken. De creatie van een nieuwe partij blijft actueel in deze periode, maar niet op elk moment staat een massa mensen klaar om te breken met het voorgaande en iets nieuws op te bouwen. Politiek is de kunst van het goede moment, van het inschatten van de conjunctuur, van de vraag hoe de noden van de periode gestalte kunnen krijgen in de concrete conjunctuur. Wij volgen voluntaristen niet die menen dat een onmiddellijke vertaling van die noden van de periode in de concrete conjunctuur permanent mogelijk is. Integendeel, dergelijke politiek – zo vrezen wij, hoewel we steeds hopen dat we ons vergissen – zal een hoop mensen een ontgoocheling opleveren, net zoals dat het geval was met Gauches Unies, Regenboog, Roodgroene beweging, enzovoort. De protagonisten van CAP die er voluntaristisch voor willen gaan, menen dat er quasi permanent een enorme boulevard voor hen openligt, die op elk moment gegrepen kan worden (vandaar hun wil om kost wat kost steevast aan elke verkiezing deel te nemen, ook al gebeurt dat op een ongeloofwaardige manier, net zoals de PvdA dat al jarenlang doet overigens). Daaruit spreekt een naïeve opvatting van politieke ruimte en van de functionering van het politieke spectrum. Politieke ruimte is een eigenaardig fenomeen. Vaak wordt deze gedacht als een soort lege, 'newtoniaanse' fysische ruimte: als een partij verdwijnt, of naar rechts verschuift, ontstaat automatisch een leeg plaatsje dat een andere kracht kan innemen, net zoals er een holte ontstaat in een muur wanneer je er een steen uit wegneemt. Maar zo werkt de politiek niet: een politieke kracht moet niet een vooraf bestaande ruimte innemen, maar zijn eigen ruimte creëren, een plaatsje afdwingen in het politieke spectrum. Hij moet zich als het ware aan zijn eigen haar uit het moeras trekken. De vraag hoe dat kan, is een heel erg moeilijke. Om erin te slagen een eigen ruimte te creëren of af te dwingen in het politieke spectrum moet een aantal voorwaarden vervuld zijn: een discours en een programma dat bredere lagen kan bereiken, een reële kans op een geloofwaardige score (zodat mensen inzien dat het nut heeft op je te stemmen), voldoende kritische massa aan militanten, een toegang tot de massamedia, steun van een reële maatschappelijk-politieke onderstroom (van bijvoorbeeld ontevreden syndicalisten), een gezonde materiële en financiële basis, eenheid tussen die politieke krachten die een gelijkaardig politiek profiel hebben.

Even zag het ernaar uit dat CAP de instrumenten zou kunnen ontwikkelen om zich boven een kritische minimumdrempel te hijsen en zich een plaatsje in het politieke spectrum te veroveren: 650 aanwezigen op de eerste conferentie op 28 oktober, de aanwezigheid van een aantal belangrijke syndicale verantwoordelijken, de mogelijkheid van een kandidatuur van Sleeckx, de kans op linkse eenheid, samenwerking over de taalgrens tussen CAP en UAG. Ondertussen heeft de CAP die instrumenten om zich aan de eigen haren uit het moeras te trekken, verspeeld of verloren. Spijtig! Daarom waren wij ervoor om CAP te blijven steunen en op te bouwen, maar pleitten tegen een snelle verkiezingsdeelname. Wat vandaag gebeurt, bevestigt ons hier voor een stuk in: op de conferentie van 28 oktober waren we met 650, op 3 februari met 230, en op 14 april waren er nog 130 mensen in de zaal. Velen haakten af, omdat ze zagen dat de voorwaarden voor geloofwaardige deelname niet vervuld waren.

In de politiek functioneren een aantal drempels of drempelwaarden. Of een groep mensen een politieke stroming vormt dan wel echt een ‘partij’ genoemd kan worden, hangt af van een minimale maatschappelijke, politieke en electorale steun en omvang. Wie systematisch onder die drempel valt, wordt door de massa van mensen (terecht) niet als een ‘partij’, in de echte betekenis van het woord, beschouwd. Eens je in een snelle verkiezingsdeelname een verwaarloosbare score hebt neergezet, riskeer je politiek voor een tijd verloren te zijn. Zeker voor de mensen die CAP wilde bereiken (de generatiepacters) kan dit een ontgoocheling opleveren: hun kans om ‘partij’ te worden, wordt gefnuikt door een score onder het percent. Dat was het geval met Gauches Unies, maar pakweg ook met de rush naar een snelle verkiezingsdeelname van Resist, die dé kans was voor etnisch-culturele minderheden om een ‘partij’ te vormen in de echte maatschappelijke en politieke betekenis van het woord.

Niet deelnemen aan de verkiezingen is uiteraard niet de oplossing. Verkiezingsdeelname is absoluut noodzakelijk. Maar verkiezingen zijn geen spelletje. Het gaat hier om een schiftingsproces: tel je maatschappelijk en politiek mee of niet? Het is erop of eronder. Eens je onder een geloofwaardigheidsdrempel belandt, is het maatschappelijk verdict gevallen, en wordt het een stuk moeilijker je daar terug boven te hijsen. Het wordt een stuk moeilijker om een betekenisvolle laag te overhalen weg te trekken van de sp.a (of van elders) ten voordele van iets nieuws. Hebben de verkiezingsresultaten immers niet aangetoond dat er in de maatschappij geen ruimte is voor een links alternatief? Als je onder het percent eindigt, dan heb je voor een tijd de mogelijkheid verloren om voor jezelf een 'plaats' te creëren of af te dwingen in het politieke spectrum. Dat creëert demoralisatie, ongeloof.

De kans dat CAP en PvdA onder het percent eindigen, is behoorlijk groot. In het algemeen beweegt er weinig bij dit begin van de campagne. Er worden nauwelijks grote verschuivingen verwacht. CAP is sinds Sleeckx’ aankondiging dat hij geen kandidaat is, nagenoeg afwezig in de nationale media. Uiteraard hopen we dat CAP toch een redelijke score zal halen, zal kunnen blijven bestaan en een instrument kan worden om initiatieven te nemen op het terrein van de linkse politieke herschikking, naar de PvdA en de PC toe, en naar allen die een nieuw, antineoliberaal alternatief wensen. 

Over al deze kwesties ging CAP het debat echter uit de weg. De vraag naar de lancering van een nieuwe politieke kracht is een uiterst complexe strategische vraag. We hebben de indruk dat deze kwestie vlotjes van tafel werd geveegd ten voordele van de vlucht vooruit, van de lineaire opbouw van een nieuwe, broze organisatie. Dat gebeurde vaak met de nodige demagogie. Hoe dikwijls kregen we niet te horen dat we niet in dat soort moeilijke discussies moesten vervallen, en dat “de arbeiders duidelijkheid nodig hebben” (sic). Zo ziet de politieke verbeelding van voluntaristen eruit: er ligt een boulevard open, maar het bewustzijn van deze massa’s lijkt wel zo broos dat elk tegenstrijdig debat, elke kritiek, elk tactisch meningsverschil deze massa’s in verwarring zal brengen. Niet te veel complexiteit dus, niet teveel discussie. Het bewustzijn van ‘de arbeiders’ zou wel eens in de war kunnen geraken. Dat verklaart ook waarom sommigen zo kwaad zijn omdat de SAP een tijd geleden enkele kritische artikels over CAP publiceerde. Net zoals een voluntaristische oproep de massa’s onmiddellijk in beweging zou kunnen brengen, kan een kritische stem hen volledig verwarren. Constante: steeds dezelfde geringschatting van ‘de mensen’ of ‘de arbeiders’. 

Er was dus nauwelijks debat over verkiezingstactiek of –strategie, over allianties, breekpunten, linkse eenheid enzovoort. De weigering van de PvdA om op een serieuze manier het debat aan te gaan, speelt natuurlijk ook mee. Men kan de discussie hierover echter niet uit de weg gaan door in het abstracte op te roepen voor een ‘nieuwe partij’ of een ‘nieuwe arbeiderspartij’. De slogan van de ‘nieuwe arbeiderspartij’ wordt bij sommige mensen een soort passe-partout waaraan elk politiek standpunt kan worden afgemeten. Door haar recente verkiezingsscore heeft de LCR in Frankrijk bijvoorbeeld een centrale verantwoordelijkheid verworven op het terrein van de linkse herschikking. De sleutel voor dit probleem is echter niet de oproep tot de ‘massa’s’ om een nieuwe arbeiderspartij te vormen. Er zijn verschillende niveaus in het geding: de massa van kiezers, de radicaliserende mensen die eventueel bereid zijn de stap naar politiek engagement te zetten, de organisaties uit de sociale strijd en sociale bewegingen, en vooral de bestaande linkse partijen. De kern van het probleem ligt op dit laatste niveau. De LCR zou in het ijle kunnen oproepen voor een ‘nieuwe arbeiderspartij’, zonder het probleem van de eenheid met andere krachten (LO, de stroming rond José Bové, PCF, of tenminste een deel hiervan) op te lossen. Maar dan zou de LCR gewoon een front rond zichzelf aan het opbouwen zijn, dat de linkerzijde geenszins vooruithelpt. Het is pas (een soort van) eenheid van de consequent linkse krachten die voor veel mensen de drempel zal verlagen om zich ook op het politieke terrein te begeven. De pogingen van de LCR om tot een consequente antineoliberale eenheid te komen de laatste jaren verliepen niet van een leien dakje. Misschien zal dat nu veranderen, nu de kaarten binnen de linkerzijde grondig herschud zijn, en de LCR in een duidelijke pole-positie zit. De sleutelkwestie is en blijft immers de vorm die de eenheid tussen de bestaande krachten aanneemt en de krachtsverhoudingen die dit al dan niet mogelijk maken.

Hetzelfde geldt min of meer in België. Er is ruimte voor een alternatief, maar dan voor één alternatief, zei Bruno Verlaeckt een tijdje geleden in een interview met Rood. Veel mensen zijn niet bereid zich aan een politiek-electoraal avontuur te wagen zolang het probleem van de eenheid tussen de bestaande krachten niet opgelost is. De algemene oproep voor een ‘nieuwe arbeiderspartij’ kan dit probleem niet omzeilen. Uiteraard heeft de PvdA hier een bijzonder zware verantwoordelijkheid door niet consequent te proberen tot één electoraal alternatief te komen links van groenen en sociaal-democraten. Daardoor wordt de stem van de generatiepacters, van de automobielarbeiders en van de sociale bewegingen – voor de zoveelste keer! – in verspreide slagorde uitgedrukt. Maar binnen CAP zelf waren er evenzeer vele stemmen die de inzet van de eenheid ter linkerzijde niet wilden of konden inzien. We meenden een voorzichtige openheid in de politiek van de PvdA te mogen ontwaren binnen het kader van D14 en van Resist. We hopen echter dat de PvdA uit de negatieve balans die ze van Resist maakte, niet de conclusie trekt om zich opnieuw op zichzelf terug te plooien. Dat zal de PvdA noch de linkerzijde als zodanig uit de problemen halen.

CAP koos ervoor voluit voor eigen verkiezingsdeelname te gaan, in zoveel mogelijk provincies, zonder enige oog voor criteria van geloofwaardigheid, financiële en politieke haalbaarheid enzovoort. Er werd wel toegegeven dat de verwachtingen niet te hoog gespannen moesten zijn. De finaliteit van de verkiezingsdeelname veranderde op die manier geruisloos. In plaats van een echte politieke uitdrukking te bieden aan de strijd tegen het generatiepact, ging het erom CAP bekend te maken en  nieuwe leden te werven. Een eervolle betrachting, maar ook een dubbeltje op zijn kant. In de verkiezingsperiode kan je zeker wat steun en leden sprokkelen. Voor de kiezers gaan verkiezingen echter over hoe de machtsverhoudingen er de komende jaren gaan uitzien in de instellingen, en over niets anders. Aan verkiezingen neem je deel om te winnen, om reëel aan politiek te doen. Opnieuw een fout tegen de mechanismen van de politiek: deelnemen om jezelf op te bouwen gaat regelrecht voorbij aan de eigenlijke doelstelling van verkiezingen, zoals de massa kiezers die terecht begrijpt. Vanuit het standpunt van de eigen club kan een verkiezingsdeelname waarin je enkele leden hebt gerekruteerd, als een succes worden uitgeroepen of opgeklopt. De balans van verkiezingsdeelname maak je echter vanuit het standpunt van de maatschappij als geheel, vanuit het standpunt van het electoraat, en niet vanuit de eigen noden van de eigen organisatie.

De opbouw van CAP lijkt ons daarenboven zonder duidelijke richting te gebeuren. Daarom maken we ons ook ongerust over een aantal kandidaten die op de lijst staan, en op zijn minst ‘discutabel’ genoemd kunnen worden: mensen die in hun gemeente ageerden tegen de komst van een asielcentrum, mensen die ‘noch links noch rechts’ claimen te zijn en zonder nuance meegaan in het verhaal dat de hoogte van de belastingen het cruciale probleem is, mensen met een soms hoogst eigenaardig ideologisch profiel.

Ondertussen worden allerlei grote zekerheden en waarheden verkondigd, die ons doen vrezen dat een slechte score de ontgoocheling enkel zal vergroten. We kregen recent een mail binnen waarin gesteld werd dat wij ons verstikten in discussies waar ‘de arbeiders’ (sic) en andere ‘medegoedgezinden’ ‘geen zin’ meer in hebben, en dat ‘de trein vertrokken is’, zonder ons. Grote discours worden afgestoken over CAP als “de partij van de toekomst”, als de Belgische SP of WASG, alsof alles al binnen is. Uiteraard kent een verkiezingscampagne altijd een eigen dynamiek, zijn er de kleine succesjes die wat hoop creëren of verleiden tot overmoed. Deze uitlatingen typeren echter vooral een soort opgeklopte sfeer rond CAP, als zou nu een ‘brede formatie’ gelanceerd zijn die het politieke spectrum zal omwoelen. We hopen het, van harte, maar menen toch dat dit soort orakelwijsheden (“zo zal het zijn”) politiek bijzonder riskant zijn. Wanneer het orakel faalt, is de ontgoocheling des te groter. Politieke inschattingen en oordelen zijn volgens ons per definitie feilbaar, voorwaardelijk, hypothetisch. Politiek is niet van de orde van het orakel, maar van de profetie (“als je er niet in slaagt dit of dat te doen, dan zal dit of dat gebeuren”). We erkennen dan ook onze inschatting als niet meer dan dat: een inschatting, en zullen met plezier het ongelijk van onze hypothese toegeven, als dat nodig is. Omdat wij niet meegaan met dergelijke orakelwijsheden, worden we ondertussen wel perspectiefloosheid verweten. Of worden we verweten dat we voor ‘de arbeiders’ geen duidelijkheid creëren...

Politiek is een leerschool in geduld, zeker in een periode van teruggang van de klassenstrijd (laten we niet vergeten dat de neoliberalen nog altijd onverminderd in het offensief zitten, en dat in België nauwelijks of geen overwinning is geboekt in de arbeidersstrijd sinds vele jaren). Wat nodig is, is niet noodzakelijk altijd mogelijk. Linkse militanten voelen terecht de dringende nood aan een alternatief tegen het neoliberalisme. Men kan dit vertalen in een overhaaste, onbezonnen lancering van zo’n alternatief. Elke mislukking op dit terrein zal de geringe mogelijkheden echter nog verder fnuiken. De noden zijn urgent, maar de mogelijkheden zijn niet even onmiddellijk voorhanden. Dat is uiteraard frustrerend. Voluntaristisch toch verder bouwen kan dit voor een stuk compenseren, maar in de huidige conjunctuur zal dat maar in beperkte mate lukken.

Hoe groter de afstand tussen het nodige en het mogelijke, hoe groter de melancholie van ons engagement. Al onze middelen steken in een verkiezingscampagne waarvan de kans op succes bijzonder gering is en waarin we werkelijk niet geloven, dat is pas een reden om melancholisch te worden. Wij willen reëel aan politiek doen, en dat impliceert dat we  handelen op basis van onze – feilbare – inschatting van de reële mogelijkheden. Gaan wij als SAP daarom aan de kant staan? We laten deze verkiezingen voorbij gaan, dat is zeker. Dat is spijtig, een gemiste kans, maar het berust wel op een heel realistische inschatting van de politieke conjunctuur. De SAP is niet aan zijn proefstuk toe, maar poogt al een lange periode aan de weg te timmeren van de politieke herschikking ter linkerzijde, en maakte daar een kritische balans van.

De periode blijft gedicteerd door de noodzaak en de historische mogelijkheid voor de creatie van een nieuwe linkse kracht. Dat stelt alle linkse krachten, ook zij die samenwerking blijven afwijzen, voor een enorme verantwoordelijkheid. De opbouw van een politiek instrument tegen het neoliberalisme blijft ook ons perspectief, en daar willen we met iedereen ter linkerzijde over blijven discussiëren.

We hopen wel dat dit op een wat opener en eerlijker manier kan gebeuren dan mogelijk is gebleken binnen CAP. Voor militanten van de SAP was het zelfs voor een stuk een opluchting niet meer naar CAP-vergaderingen te moeten. Er waren natuurlijk veel kameraadschappelijke contacten. De SAP hecht echter ontzettend veel belang aan de creatie van een democratische organisatiecultuur waarin alle kameraden met een groot respect bejegend worden, en daar stonden de peptalk, de oneerlijke discussies, de demagogie, de onderhuidse maar geregeld ook openlijke steken naar de SAP op bepaalde CAP-bijeenkomsten soms haaks op.

We hebben steeds het gros van onze kritiek ingeslikt, om zeker niet over te komen als degenen die van op de zijlijn de CAP proberen te breken. Dat is uiteraard het verste van onze bedoelingen. De linkerzijde in België is klein en, of we dat nu graag hebben of niet, we zijn op mekaar aangewezen om het probleem, ‘ons’ probleem, op te lossen van de 'Belgische uitzondering' (België is nagenoeg het enige land in West-Europa waar geen socialisten verkozen zijn in het parlement). Gelijk welke strijdbeweging of links initiatief er zal zijn, de kans is erg groot dat we dezelfde groep linkse militanten en organisaties zullen tegenkomen. Vandaar het grote belang om op een eervolle en oprechte manier politieke relaties aan te gaan met mekaar.

Blijft de SAP dan bij de pakken zitten? Verre van. Momenteel zijn we een campagne aan het voorbereiden rond klimaatwijziging. Onze betrachting is om in december naar een manifestatie te gaan rond deze kwestie en op die basis een brede, linkse, antineoliberale klimaatbeweging op te bouwen. Dergelijke beweging kan op middellange termijn de vraag naar een politiek alternatief ook opnieuw op de dagorde zetten. De oproep daartoe werd recent gelanceerd, en kan op heel wat enthousiaste reacties rekenen. Naar onze bescheiden en feilbare inschatting lijkt ons dat nuttiger en zinvoller dan een rush naar een te vroege verkiezingsdeelname. In tussentijd: veel succes voor alle linkse initiatieven, op het electorale terrein en daarbuiten! En hopelijk kunnen we na deze verkiezingen eindelijk het debat ten gronde aangaan over een geloofwaardig, eengemaakt links alternatief, met CAP, met de PvdA en met alle mensen die nu met spijt in het hart afzijdig blijven.

Naar boven